Geschiedenis van IJsland
Vroege geschiedenis
Het eiland IJsland is geologisch zo'n 20 miljoen jaar geleden ontstaan door vulkanische uitbarstingen in de centrale Atlantische Oceaan. IJsland is lang een onbewoond eiland gebleven. De eerste (vermoedelijke) verwijzing ernaar deed de Griekse koopman Pytheas, die het Thule noemde.
Kolonisatie (874-930)
De eerste Scandinaviër die op IJsland terechtkwamen was Naddoddr, die van Noorwegen naar de Faeröer voer, maar verdwaalde en naar de oostkust van het eiland dreef. Hij noemde het Snœland (Sneeuwland). Ook de Zweedse zeeman Gardar Svavarsson stuitte onverwachts op het eiland. Hij noemde het Gardarsholmi (lett: Gardar's eiland). De eerste die het eiland zijn huidige naam gaf was Floki Vilgerdarson, die wel met opzet richting het pas ontdekte Gardarsholmi zeilde.
Als eerste permantente bewoner van IJsland wordt meestal het Noorse stamhoofd Ingólfur Arnarson gezien. Hij voer met zijn schip aan land op het zuidelijke schiereiland, en noemde de plaats waar hij met zijn stam ging wonen Reykjavík (Rokende baai). Dit is ook nog steeds de plek waar de hedendaagse hoofdstad van IJsland ligt. Hoewel veel van deze informatie op verhalen rust, hebben archeologen bevestigd dat er rond 870 een nederzetting was op de plaats van het huidige Reykjavík.
Veel andere Noorse stamhoofden volgden het voorbeeld van Ingólfur, en al snel waren veel van de bewoonbare gebieden van IJsland bewoond. Veel van de eerste inwoners waren dus Noorse afkomst, maar ook waren er mensen van Ierse afkomst. Deze Ieren waren slaven van de Noorse stamhoofden.
Centralisatie (930-1262)
Vanaf 930 verzamelden de stamhoofden zich in een Althing bij Þingvellir. Dit parlement kwam iedere zomer bijeen, waar de stamhoofden wetten maakten, onenigheden oplosten en recht spraken. De wetten werden niet vastgelegd op papier, maar er was een gekozen wetspreker (IJslands: lögsögumaður), die alle wetten moest onthouden. Het Althing wordt wel gezien als 's werelds oudste parlement. Er is namelijk geen absolute macht, zodat de macht bij het volk ligt.
In deze periode bloeide IJsland op. Veel IJslanders probeerden om de verre zeeën te verkennen, en veel sagen, zoals die over Erik, stammen uit deze tijd.
De kolonisten van IJsland waren hoofdzakelijk heidenen die de Scandinavische goden zoals Odin, Thor en Freia aanbaden. Toch werd vanuit het christelijke Europa langzaamaan druk uitgeoefend. Aan het einde van het millennium waren veel van de gezaghebbers in IJsland dan ook christen.
In de 11e en 12e eeuw nam de macht van het Althing af, en kregen enkele families, waaronder de Sturlungs, steeds meer macht. Deze Sturlungs zijn genoemd naar Sturla Thordarson, en diens zoons, Thordr, Sighvatr en Snorri. Langzaamaan namen de clans van deze familie de anderen over, en in 1235 werden zij vazallen van Noorwegen.
IJsland als Noorse en Deense vazal
Tot 1262 bleef IJsland onafhankelijk. In dat jaar tekende het een unie met de Noorse monarch. Hiermee eindigde de bloedigste periode van de IJslandse geschiedenis. Het bezit van IJsland ging over naar Denemarken toen Noorwegen en Denemarken in de 14e eeuw verenigd werden. Toen de beide koninkrijken weer onafhankelijk werden in 1814 behield Denemarken IJsland.
Alhoewel IJsland geografisch ver weg ligt van Europa, is het nooit geïsoleerd geweest. Er is altijd veel handel tussen IJsland en Europese landen geweest.
De 19e en vroege 20e eeuw
In het begin van de 19e eeuw groeide het nationaal bewustzijn van IJsland, en er ontwikkelde zich een onafhankelijkheidsbeweging onder Jón Sigurdsson. Het Althing bleef nog eeuwen bestaan als een juridisch orgaan, maar werd in 1800 officieel afgeschaft. In 1843 werd een adviesorgaan met dezelfde naam opgericht.
In 1874, duizend jaar na het ontstaan van de eerste nederzetting, gaf Denemarken IJsland zelfbeschikking in de vorm van een eigen grondwet. In 1918 werd in een overeenkomst met Denemarken gesteld dat IJsland een volledig soevereine staat werd, verbonden met Denemarken onder dezelfde koning.
De Tweede Wereldoorlog
Door de bezetting van Denemarken door Duitsland op 9 april 1940 werden de communicaties met het Deense bestuur verbroken. Het IJslandse parlement nam de touwtjes zelf in handen en koos een tijdelijke gouverneur, Svein Björnsson, die later de eerste president van IJsland werd. In de eerste jaren bleef IJsland neutraal. Op 10 mei 1940 braken de Engelsen echter de internationale wetten door IJsland binnen te vallen en het op te eisen als geallieerd terrein. Het bestuur van IJsland protesteerde wel, maar van een verdediging is nooit sprake geweest. Veel IJslanders waren opgelucht dat het Engelsen waren, en geen Duitsers.
Op 17 juni 1944 werd IJsland een onafhankelijke republiek. Omdat Denemarken nog steeds door Duitsland was bezet, waren de Denen verontwaardigd over deze stap. Toch zond de Deense koning, Christiaan X een felicitatie naar het IJslandse volk.
IJSLAND IN JAARTALLEN
| AD 800 | Schotse en Ierse Kelten ontdekken IJsland en vestigen zich hier |
| 874 | Eerste nederzettingen van Scandinavische Viking op IJsland |
| 930 | Eerste bijeenkomst van 's werelds oudte parlement, het Althing |
| 982 | De Viking Eric de Rode ontdekt Groenland, nadat hij door het Althing vanwege moord is verbannen |
| 1000 | Middels een unieke wet worden IJslanders christelijk na een stemming bij het Althing |
| 1000 | Leif Eríksson (Leif de geluksvogel) ontdekt Noord-Amerika |
| 1120-1230 | Scandinavische dagen worden gedocumenteerd door Snorri Sturluson |
| 1262 | IJsland gaat een confederatie aan met Noorwegen |
| 1387 | In de "Kalmar Act of Union" gaan Noorwegen en IJsland samen met Denemarken |
| 1402 | De Zwarte pest "Svartedauen" treft IJsland, en doodt tweederde van de bevolking. |
| 1584 | De bijbel wordt vertaald in het IJslands |
| 1783-86 | Vulkanische uitbarstingen ruïneren het land, wat leidt tot de dood van veel vee en ongeveer 25% van de bevolking |
| 1800 | De Althing-vergaderingen worden verboden door de Deense koning. |
| 1843 | Het Althing-parlement wordt hersteld als consultant. |
| 1874 | IJsland krijgt een nieuwe constitutie van de Deense koning Christian IX |
| 1904 | De IJslandse wet valt onder Denemarken |
| 1914-18 | Eerste Wereldoorlog |
| 1918 | Denemarken erkent IJsland als een soevereine staat |
| 1939 | Denemarken teken een 10-jarig niet-aanvalsverdrag met Nazi-Duitsland |
| 1940 | Op 9 april valt Duitsland Denemerken binnen |
| 1940 | IJsland wordt bezet door de Engelse troepen om een Duitse invasie te voorkomen |
| 1941 | Het Amerikaanse leger neemt de verdediging over van de Engelsen |
| 1941 | 17 mei eisen de IJslanders totale onafhankelijkheid |
| 1944 | Op 17 juni komt de Republiek Ijsland formeel tot stand |
| 1939-1945 | Tweede Wereldoorlog |
| 1945 | Na de Duitse overgave eindigt de bezetting |
| 1970 | IJsland treedt toe tot de European Free Trade Association (EFTA) |
| 1972 | Territoriale zone wordt uitgebreid tot 50 mijl. Er is opnieuw een confrontatie met Groot Brittanië |
| 1975 | Territoriale zone wordt uitgebreid tot 200 mijl. Dit betekent het begin van de derde "Kabeljauwoorlog" met Groot Brittanië |
| 1976 | Groot Brittanië en IJsland tekenen een overeenkomst om de Kabeljauwoorlog te beëindigen |
| 1980 | Vigdis Finnbogadottir wordt de eerste vrouwelijke president van IJsland |
| 1985 | IJsland roept zichzelf uit tot atoomvrije zone |
| 1991 | David Oddsson gekozen als eerste minister |
| 1996 | Olafur Ragnar Grimsson wordt gekozen als president |
| 2003 mei | David Oddsson blijft eerste minister, nadat een coalitie wordt gevormd na de verkiezingen |
| 2004 | Olafur Ragnar Grimsson wordt herkozen als president |
| 2004 sep | David Oddsson doet het premierschap over aan de vroegere minister van buitenlandse zaken Halldor Asgrimsson |
| 2006 jun | Eerste minister Halldor Asgrimsson treedt af na de slechte resultaten van zijn partij in de lokale verkiezingen en zijn zorgen over de economie |